Het belangrijkste evenement ontstaan in het kader van de tweehonderdste verjaardag van Hector Berlioz was ongetwijfeld de productie van "Les Troyens" in het Théâtre du Châtelet in Parijs in oktober 2003. John Eliot Gardiner leidde zijn manschappen van het Orchestre Révolutionnaire et Romantique en het Monteverdi Choir doorheen de meest integrale versie denkbaar, uiteraard op periodeinstrumenten, compleet met de door Berlioz voorgeschreven saxhoorns.
Gardiner koos voor een niet-romantische interpretatie, sleurde Berlioz weg bij de Grand Opéra van Meyerbeer en bracht hem dichter bij Gluck. Dat betekende ondermeer: geen Wagnersopranen voor Cassandre en Didon en vooral geen heldentenor voor Enée. Alles is afgestemd op de klankschoonheid van de voordracht en de buitenaardse klankkleur van het Orchestre Révolutionnaire et Romantique. Het is een artistieke keuze die op het einde van de rit een zeer homogene indruk achterlaat, binnen het kader van een dwingende en zeer geslaagde muzikale dramaturgie.
Anna Caterina Antonacci heeft het formaat van een Griekse tragédienne en speelt Cassandre met een beangstigende intensiteit. Het dubbelkoor presteert voortreffelijk in de hymne "Dieux Protecteurs" en in het muzikale hoogtepunt van het eerste deel : "Châtiment effroyable".
Susan Graham vertolkt Didon met de overgave maar ook met de afstandelijkheid van een Gluckse heldin. Gregory Kunde levert het bewijs dat je geen Jon Vickers hoeft te zijn voor Enée.
De "Chasse Royale" is het opwindende orchestrale hoogtepunt van deel 2, het beroemde duet "Nuits d'ivresse et d'extase infinie" het buitenaardse vocale hoogtepunt.
SYNOPSIS
DEEL I : LA PRISE DE TROIE
EERSTE BEDRIJF
Het tienjarige beleg van Troje door de Grieken is voorbij. De Trojanen vieren hun herwonnen vrijheid, maar buiten de stad vinden ze een groot houten paard. Is het een offer aan de Griekse godin Pallas Athene?
Cassandre, die de gave bezit in de toekomst te kunnen blikken, maar op wie de vloek rust nooit geloofd te worden, is er niet gerust op dat de Grieken zo plotseling vertrokken zijn. Ook haar verloofde, Chorèbe, kan zij niet overtuigen van het dreigende gevaar, en ten einde raad berust zij in haar lot.
Rituele vreugdedansen worden eerst onderbroken door de komst van de rouwende Andromaque, weduwe van de in de oorlog omgekomen Hector, vervolgens door de binnenstormende Énée, die komt vertellen dat de priester Laocoön door slangen is verzwolgen nadat hij een speer in de wand van het houten paard had geworpen. Algemene verbijstering; Énée gelast een deel van de stadsmuur te slopen en het paard als trofee de stad in te brengen. Ondanks de smeekbeden van Cassandra vormt de bevolking een stoet, die onder het zingen van de Trojaanse mars gehoor geeft aan de oproep van Énée.
TWEEDE BEDRIJF
Eerste tafereel
Terwijl Énée slaapt is oorlogsgedruis op de achtergrond te horen; zijn zoon Ascagne durft hem niet te wekken. De geest van Hector haalt Énée uit zijn slaap en geeft hem de opdracht de stad onmiddellijk te verlaten en in Italië een nieuw rijk te stichten.
Als de geest verdwenen is, komen enkele Trojanen onder leiding van Panthée de hopeloze situatie aan Énée beschrijven: de Grieken hadden zich in het paard en in de nabijheid van de stad verschanst en hebben Troje al bijna in handen. Allen vertrekken naar de citadel om de heilige schat van Troje te redden; vervolgens zullen ze de stad te ontvluchten.
Tweede tafereel
De Trojaanse vrouwen zijn in de tempel bijeen om de goden om redding te smeken. Cassandre komt hun vertellen dat Énée met een groep mannen naar Italië vertrokken is om een nieuw rijk te stichten. De vrouwen rest volgens haar slechts één uitweg: de dood. Enkele vrouwen aarzelen; zij worden door Cassandre verjaagd. Als de Grieken de tempel binnenkomen, plegen de overgebleven vrouwen collectief zelfmoord.
Deel II : LES TROYENS A CARTHAGE
DERDE BEDRIJF
De bevolking van Carthago houdt een feestelijke bijeenkomst om de bloei van de stad te vieren. Koningin Didon beloont de bouwlieden, matrozen en landarbeiders voor hun bijdrage aan de voorspoed. Als de plechtigheden voorbij zijn en Didon alleen met haar zus Anna achtergebleven is, bekent zij haar een onverklaarbare triestheid. Anna suggereert dat ze moet trouwen, want “Carthago heeft een koning nodig”, maar Didon blijft liever trouw aan haar overleden echtgenoot Sichée.
Dan komt het bericht van een onbekende vloot die aangespoeld is en asiel aanvraagt. Didon ontvangt hen, waarop de schipbreukelingen zich als Trojanen bekend maken. Didons minister Narbal stormt binnen met de mededeling dat de troepen van de vijandige Iarbas in aantocht zijn; de Carthagers hebben niet voldoende wapens om hem te verslaan. Énée biedt zijn versterking aan, waardoor Didon gevleid is. Hij neemt afscheid van zijn zoon, en allen trekken ten strijde.
VIERDE BEDRIJF
Eerste tafereel : Chasse Royale et Orage
Didon en Énée worden in een bos overvallen door het onweer en vluchten een grot in. Nymfen en faunen roepen “Italië”…
Tweede tafereel
Narbal deelt Anna zijn ongerustheid mee: Didon houdt zich niet meer met staatszaken bezig maar gaat op in haar liefde voor Énée, die vroeg of laat zijn missie ten uitvoer zal moeten brengen. Anna maakt zich geen zorgen, want volgens haar is de liefde sterker dan de plicht. Didon, Énée en enkele anderen komen binnen om een divertissement te aanschouwen. Didon kan haar gedachten er niet bijhouden, en zelfs de stem van haar hofzanger Iopas kan haar niet bekoren. Ze vraagt Énée haar over zijn wederwaardigheden te vertellen. Als deze verhaalt dat Andromaque hertrouwd is met Pyrrhus, ziet Didon dat als een voorbeeld voor haar en verliest zij haar laatste weerstand om zich aan Énée te binden.
Allen bezingen de schitterende nacht, tot Énée en Didon alleen overblijven en in een liefdesduet (“Nuit d’vresse et d’extase infinie”) legendarische liefdesparen met henzelf vergelijken. Terwijl zij afgaan verschijnt Mercurius, die driemaal “Italië” roept.
VIJFDE BEDRIJF
Eerste tafereel
Het is nacht, enkele maanden later. In de haven van Carthago zingt de Trojaanse matroos Hylas over zijn verre vaderland en valt in slaap.
Panthée waarschuwt de Trojaanse leiders zich gereed te houden voor vertrek: de goden zenden steeds dringender tekens.Twee wachters, die het uitstekend hebben in Carthago, zouden liever blijven.
Énée komt op, verscheurd tussen zijn liefde voor Didon en zijn plicht naar Italië te vertrekken. Maar de geesten verschijnen weer en bevelen hem onmiddellijk te vertrekken. Énée wekt zijn mannen om zich voor te bereiden. Didon komt op, begrijpt wat er aan de hand is, en protesteert. Énée betuigt haar nogmaals zijn grote liefde en herinnert haar aan zijn onomkeerbare missie, maar Didon vervloekt zijn roemzucht en plichtsbesef terwijl de Trojanen zich opmaken voor vertrek.
Tweede tafereel
In haar vertrekken smeekt Didon haar zus om Énée over te halen toch nog een paar dagen te blijven, maar dan klinken er al stemmen die het vertrek van de Trojaanse vloot aankondigen. Didon wil de Trojanen laten achtervolgen, maar als zij de nutteloosheid daarvan inziet laat zij een offer voorbereiden aan de goden der vergetelheid. Alleen achtergebleven laat ze haar verdriet de vrije loop. Ze neemt afscheid van wat haar dierbaar is en bereidt zich voor op de dood.
Derde tafereel
Een brandstapel is opgericht, waarop alle voorwerpen geplaatst zijn die aan Énée herinneren. De goden van de onderwereld worden aangeroepen. Didon beklimt de brandstapel, werpt zich op het bed van Énée, en nadat ze in een vlaag van helderziendheid euforisch de wraak van Hannibal heeft voorspeld, doorsteekt zich met het zwaard van Énée. In haar laatste ogenblikken ziet ze echter de uiteindelijke triomf van Rome. De verbijsterde Carthagers uiten hun haat jegens de nakomelingen van Énée, terwijl de Trojaanse mars, het nieuwe volkslied van de Romeinen, op de voorgrond klinkt.
Cassandre Anna Caterina Antonacci
Enée Gregory Kunde
Chorèbe Ludovic Tézier
Ascagne Stéphanie d'Oustrac
Fantôme d'Hector Fernand Bernadi
Priam René Schirrer
Hécube Danielle Bouthillon
Andromaque Lydia Koniordou
Panthée Nicolas Testé
Didon Susan Graham
Anna Renata Pokupic
Narbal Laurent Naouri
Iopas Mark Padmore
Hylas Topi Lehtipuu
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. Sir John Eliot Gardiner
KOOR
Monteverdi Choir, Choeur du Théâtre du Châtelet
Regie, decors, kostuums Yannis Kokkos
Licht Patrice Trottier
Choreografie Richild Springer