Zelden was hysterie groter als in de zomer van 2005 toen er tot 4500 euro werd neergeteld om de gehypte Anna Netrebko aan het werk te zien als Violetta Valery. In haar knalrood kleedje van Boss is ze het glamoureuze middelpunt van de voorstelling. Geüniformiseerde mannen omcirkelen haar als een zwerm zwarte raven. Sexyer dan dit kan opera nooit worden. Maar deze Traviata was meer dan een Netrebko-show. Zelden wist een toneelbeeld meer te overtuigen als wachtkamer van de dood. Willy Decker bespeelt die ruimte virtuoos met een zeer uitgepuurde, fysieke acteursregie en magnetiserende koorscènes.

SYNOPSIS

EERSTE BEDRIJF.
Een weelderig salon bij Violetta.
Het is volop feest. Violetta ontvangt haar gasten die zich rond haar verdringen. Gastone stelt haar zijn vriend Alfredo Germont voor als één van haar grootste bewonderaars. Violetta reageert schertsend op de verliefdheid van de jongeman. Het gesprek wordt verdergezet aan tafel waar de gasten hebben plaatsgenomen. Gastone vraagt Alfredo een toast uit te brengen. Alfredo zingt een loflied op de liefde ter ere van Violetta. Zij beantwoordt dit met een ode aan het genot. Wanneer de gasten zich naar het nabije salon begeven om te dansen, wordt Violetta plots onwel. Alfredo merkt dit en is enigszins verontrust; hij maakt van hun alleen zijn gebruik om haar hartstochtelijk zijn liefde te verklaren. Violetta echter tracht hem tegen deze gevoelens te beschermen. Zij schenkt hem een camelia en vraagt hem terug te keren wanneer de bloem zal verwelkt zijn. De volgende dag dus. De genodigden nemen afscheid van hun gastvrouw en vertrekken. Violetta blijft alleen achter en geeft er zich rekenschap van dat ze wel degelijk geraakt is door de liefde van Alfredo. Zij herkent in hem het beeld van de man die haar gelukkig zou kunnen maken, maar tegelijkertijd weigert zij toe te geven aan haar droomverlangens. De stem van Alfredo buiten herinnert haar nog even aan die andere wereld waartoe ze zich onweerstaanbaar aangetrokken voelt.

TWEEDE BEDRIJF.
Eerste toneel.
Het salon van een buitenhuis in de omgeving van Parijs.
Alfredo mijmert over de voorbije drie maanden die hij hier met Violetta in volkomen geluk doorbracht. Omwille van hem heeft zij haar mondaine leven in Parijs de rug toegekeerd en nu leeft zij enkel van zijn liefde. Van Annina, het kamermeisje, verneemt hij dat Violetta haar bezittingen stuk voor stuk aan het verkopen is om in hun onderhoud te kunnen voorzien. Helemaal ondersteboven van dit bericht, besluit Alfredo in allerijl naar Parijs te rijden om zo spoedig mogelijk een oplossing te bedisselen. Hij is nog maar net de deur uit wanneer Violetta arriveert. Zij moet lachen om een uitnodiging van haar vriendin Flora voor een feest die avond in Parijs: zij is zo gelukkig bij Alfredo dat zij er hoegenaamd niet aan denkt haar oude leven te hervatten. Er wordt een bezoeker aangekondigd die zich aan Violetta voorstelt als Giorgio Germont, de vader van Alfredo. Hij vraagt haar Alfredo op te geven voor altijd, aangezien deze omwille van haar op het failliet afstevent. Hun relatie staat bovendien het huwelijk van Alfredo's zuster in de weg. Zij weerlegt deze beschuldiging en toont als bewijs hoe zij bezig is haar bezittingen te verkopen. Verscheurd van verdriet tracht ze met de al te broze wapens van de liefde te vechten tegen de doorslaggevende logica van het gebod en de eerbaarheid. Na een pijnlijke tweestrijd willigt zij zijn verzoek in. Zij verklaart zich bereid haar geluk op te offeren uit liefde voor Alfredo en voor de eer van de familie Germont, hoewel ze weet dat deze stap haar dood zal betekenen. De daad bij het woord voegend schrijft ze twee beslissende brieven: een eerste aan Flora waarin ze aanknoopt met haar vroegere leven, en een tweede aan Alfredo, een afscheidsbrief. Net op dat moment komt Alfredo binnen. Ze is niet in staat hem de brief te overhandigen, maar verklaart hem hartstochtelijk haar liefde, tot tranen toe. Daarop kondigt zij hem de komst van zijn vader aan maar spreekt de wens uit niet bij hun gesprek aanwezig te zijn. Alfredo heeft geen vermoeden van wat er tussen haar en zijn vader gebeurde en leeft slechts in de illusie van het geluk. Na Violetta's vertrek brengt een bode hem een brief van haar. Hij opent hem met een bang voorgevoel. Plots slaakt hij een kreet. Hij heeft het begrepen. Op dat moment komt zijn vader binnen, die hem tracht te troosten met de herinnering aan zijn gelukkige jeugd. Alfredo is verpletterd en luistert zelfs niet. Wanneer hij Flora's uitnodiging ziet liggen vertrekt hij haastig, gek van jaloezie en op wraak belust.

Tweede toneel.
Een rijk bemeubelde galerij in Flora's hotel.
Het nieuws van de breuk tussen Violetta en Alfredo gaat de demi monde rond als een lopend vuurtje. Ook bij Flora wordt iedereen op de hoogte gebracht. Het geroddel wordt onderbroken door Gastone die met enkele vrienden, verkleed als Spaanse matadors en picadors, de genodigden vermaken met een kort gedanst divertissement. Het feest bereikt zowat zijn hoogtepunt wanneer, tot ieders verbazing, Alfredo binnenkomt en aan de speeltafel plaatsneemt tussen zijn vroegere vrienden, en kort daarop ook Violetta arriveert aan de arm van de Baron. Alledrie hebben ze elkaar onmiddellijk gezien, maar Alfredo doet alsof hij niets heeft opgemerkt. Hij speelt verwoed verder en wint bij elke slag. "Ongeluk in de liefde, geluk in het spel", zegt hij met duidelijke ironie, waarna hij compromitterende allusies maakt op Violetta en de Baron. Deze daagt Alfredo uit, maar verliest van hem. De spanning stijgt zienderogen. Het diner wordt net op het juiste moment geserveerd, en wanneer allen aan tafel zijn laat Violetta Alfredo bij zich roepen. Zij vraagt hem weg te gaan, want ze vreest een confrontatie tussen hem en de Baron. Alfredo wil echter niet luisteren, gehard als hij is door zijn opgezweepte jaloezie en wraakgevoelens. Hij zweert dat hij niet zonder haar zal weggaan. Daarop is zij verplicht hem te zeggen dat zij beloofd heeft hem nooit meer op te zullen zoeken, en ze laat hem geloven dat zij de Baron bemint. Wanhopig roept Alfredo al de genodigden bij elkaar. Hij beledigt Violetta in het bijzijn van allen door haar zijn pas gewonnen geld voor de voeten te gooien. Violetta valt bewusteloos in de armen van haar vrienden, die allen Alfredo terechtwijzen. Wanneer vader Germont zijn zoon zo ziet tekeergaan, kan ook hij niet anders dan zijn afkeuring laten blijken. Alfredo is totaal in de war. Twee mensen, bestemd voor het hoogste geluk, staan nu vernederd en gebroken tegenover elkaar.
DERDE BEDRIJF.

Violetta's slaapkamer.
Violetta ligt in het schemerduister van haar slaapkamer. Ze vraagt een glas water aan Annina, met een stem die onmiddellijk haar hopeloze toestand verraadt. Om wat meer licht te laten binnenkomen, laat ze de luiken openen. De dokter komt langs en neemt haar pols. Hij tracht haar een beetje op te vrolijken en zegt dat ze spoedig aan de beterhand zal zijn. Annina fluistert hij echter toe dat haar meesteres niet lang meer te leven heeft. Wanneer Violetta alleen is, herleest ze de brief van vader Germont: hij schrijft dat hij zijn zoon op de hoogte bracht van haar offer en dat deze op weg is om haar vergiffenis te vragen. Violetta beseft echter dat hij zich zal moeten haasten om haar nog te zien, aangezien ze haar gezondheid snel voelt achteruitgaan. Op straat weerklinkt het gezang van de karnavalvierders. En dan gebeurt het mirakel: Alfredo komt binnengestormd en zij werpen zich in elkaars armen. Niets lijkt hen nog te kunnen scheiden. Alles wordt vergeven en vergeten; twee jonge mensen praten opnieuw over hun wederzijdse droom, hun nieuwe toekomst samen, ver van Parijs. Violetta raapt al haar krachten samen en wil opstaan. Ze is echter te zwak, en wanneer vader Germont binnenkomt zakt ze in elkaar. Haar droom wordt bruusk verstoord door de noodlottige realiteit. Ze zou willen leven met Alfredo, maar ze voelt haar dood met rasse schreden naderen. Germont vraagt haar op zijn beurt vergiffenis voor zijn onredelijke eis. Hij zal haar voortaan als zijn dochter behandelen, maar zij zegt hem: "een arme stervende reikt u vandaag dankbaar de hand". Dan vraagt zij Alfredo haar nooit te vergeten. Zij reikt hem een miniatuur van haar, en vraagt hem een meisje te huwen dat hem waardig is. Zij zal vanuit de hemel voor hen bidden. Nog eenmaal richt zij zich vol verwachting op. De pijnen trekken even weg, zij lijkt te herleven, maar zakt dan plots ineen en sterft.
Bron: Koninklijke Muntschouwburg

CAST

Violetta Valéry Anna Netrebko
Alfredo Germont Rolando Villazon
Giorgio Germont Thomas Hampson
ORKEST
Wiener Philharmoniker
o.l.v. Carlo Rizzi


Regie Willy Decker
Decors Wolfgang Gussmann
Kostuums Susana Mendoza
Videoregie Brian Large