David McVicar rekent af met het klassieke postkaarten-Sevilla en zet alles in op een corrida van de seksen. Met haar noordse looks doorbreekt Anne Sofie von Otter het cliché van de Zuiderse femme fatale. Don José krijgt van McVicar een messcherp psychologisch profiel : als een driftkop lijdend aan een gevaarlijk soort verlegenheid en een sterke moederbinding. De ware Escamillo staat in de orkestbak : dirigent Philippe Jordan is een attractie op zich.
Eén van die onverwoestbare producties van Glyndebourne.

SYNOPSIS

EERSTE BEDRIJF
Op een plein in Sevilla, waar het een druk komen en gaan is, zoekt het dorpsmeisje Micaëla haar jeugdvriend Don José. Zij krijgt te horen dat hij straks komt, bij de wisseling van de wacht. In de tabaksfabriek wordt de pauzeklok geluid, en de sigarenmaaksters komen het plein op. Een van hen is Carmen, een vrijgevochten zigeunerin, die onmiddellijk wordt omringd door een horde smachtende jongemannen. De enige die geen oog voor haar heeft, is de intussen gearriveerde Don José, en hij is het die haar begeerte wekt. Voordat Carmen samen met de andere sigarenmaaksters de fabriek weer in gaat, werpt zij hem uitdagend een bloem toe. José blijft verbouwereerd achter. Snel stopt hij de bloem weg als hij Micaëla ziet aankomen, die hem wat geld, een brief en een kus van zijn moeder komt brengen. Ervan overtuigd dat zijn moeder hem net op tijd tegen de duivelse charmes van Carmen beschermd heeft, geeft hij zich over aan dierbare herinneringen aan zijn geboortedorp. Zijn mijmeringen worden verstoord door luid krakeel uit de fabriek, waar Carmen en een collega slaags zijn geraakt. José wordt op onderzoek uitgestuurd en komt terug met Carmen. Als zij blijft weigeren op de vragen van luitenant Zuniga antwoord te geven, veroordeelt deze haar tot een gevangenisstraf; José moet haar erheen brengen. Hij zwicht voor Carmens verleidingskunsten, en nadat zij hem verzekerd heeft van haar liefde, laat hij haar ontsnappen. Carmen is vrij en José moet een gevangenisstraf van twee maanden uitzitten.

TWEEDE BEDRIJF
Carmen voert met haar vriendinnen een wilde dans op. De stierenvechter Escamillo komt met een schare vrienden langs om zijn jongste overwinning te vieren. Hij raakt op slag onder de bekoring van Carmen, maar zij houdt hem af. Als behalve Carmen en haar vriendinnen iedereen vertrokken is, komt een stel smokkelaars binnen. Zii hebben voor die nacht een smokkelklus gepland, waarbij de vrouwen hen moeten assisteren. Carmen weigert mee te gaan: zij wacht op José, die net is vrijgekomen, en zal zich de volgende dag bij hen voegen. Nadat José is gearriveerd, voert Carmen een verleidelijke dans voor hem op. Plotseling klinkt de taptoe, en José, gedegradeerd tot soldaat, moet terug naar het garnizoen. Carmen hoont hem om zijn angsthazerij, en trekt zijn liefde in twijfel. Getergd haalt hij de bloem tevoorschijn die zij hem toewierp en die hij als liefdespand heeft gekoesterd. Nog is Carmen niet overtuigd: als hij werkelijk van haar hield, zou hij wel kiezen voor het zwerversbestaan. Zij zeggen elkaar al vaarwel - voorgoed! - als Zuniga zijn opwachting maakt en José sommeert te verdwijnen. José raakt met zijn superieur in gevecht, maar de beide mannen worden door de toegesnelde smokkeaars overmeesterd. Voor José zit er nu niets anders op dan zich aan te sluiten bij de smokkelaarsbende.

DERDE BEDRIJF
José is niet geschikt voor het vrijbuiterbestaan, en zijn jaloerse houding ergert Carmen steeds meer. Terwijl de kaarten haar vriendinnen Frasquita en Mercédès een gelukkige toekomst voorspellen, leest Carmen in de hare keer op keer de dood. De anderen vertrekken om hun waren langs de douanepost te smokkelen, en José blijft achter om de wacht te houden. Micaëla is op zoek naar hem, maar net als zij hem ziet, komt Escamillo eraan. Zodra blijkt dat hij een rivaal tegenover zich heeft, daagt José hem uit tot een messengevecht. Net als José hem wil neersteken, komen de anderen terug, en Escamillo wordt gered. Hij nodigt iedereen uit voor het aanstaande stierengevecht in Sevilla en vertrekt, verrukt nagekeken door Carmen. Micaëla had zich al die tijd schuil gehouden, maar wordt nu ontdekt. Ze smeekt José met haar mee te gaan naar zijn moeder. José weigert Carmen te verlaten, totdat Micaëla zegt dat zijn moeder op sterven ligt. Voor hij weggaat, geeft hij Carmen dreigend te kennen dat zij elkaar ooit weer zullen zien.

VIERDE BEDRIJF
Voorafgaand aan het stierengevecht trekken banderilleros, picadors en matadors in optocht de arena in. Escamillo komt als laatste, samen met Carmen. Frasquita waarschuwt haar dat José zich in de mensenmassa bevindt, maar Carmen laat zich geen vrees inboezemen. Wetend wat haar te wachten staat, treedt zij José tegemoet. Deze verklaart haar zijn liefde en smeekt haar met hem mee weg te gaan, maar zij weigert: 'Nooit zal Carmen zwichten! Vrij is zij geboren, vrij zal zij sterven!' Terwijl Escamillo in de arena luid wordt toegejuicht, herhaalt José zijn wanhopige smeekbede. Carmen blijft weigeren en werpt hem de ring toe die hij haar ooit gaf. José steekt haar dood.


Bron: De Nederlandse Opera

CAST

Carmen Anne Sofie von Otter
Micaëla Lisa Milne
Don José Marcus Haddock
Escamillo Laurent Naouri
Frasquita Mary Hegarty
Mercédès Christine Rice
Zuniga Jonathan Best
ORKEST
London Philharmonic Orchestra
o.l.v. Philippe Jordan


Regie David McVicar
Decors Michael Vale
Kostuums Sue Blane
Licht Paule Constable
Choreografie Andrew George
Videoregie Sue Judd