Binnen het oeuvre van Richard Strauss stond Arabella steeds in de schaduw van Der Rosenkavalier.
Met Renée Fleming, de grootste Strauss-vertolkster van haar generatie, lijkt dat al gauw onterecht.
Haar identificatie met Arabella is totaal, geheel in overeenstemming met haar superbe Marschallin. Haar voordracht is verfijnd en romig, haar spel intelligent en doordacht.
Even nuancenrijk is de halfboerse en tegelijk sensibele Mandryka van Morten Frank Larsen. Julia Kleiter is een ravissante Zdenka.
Met deze Arabella is het zoals in de finale: "Von einer großen Macht angerührt, von oben bis ans Herz."
Een must voor liefhebbers van Der Rosenkavalier.
SYNOPSIS
Geldgebrek dwong graaf Theodor Waldner, een Oostenrijks cavalerieofficier op rust, het familiedomein te verkopen en heeft met zijn echtgenote en twee dochters zijn intrek in een Weens hotel genomen. Zijn vrouw Adelaide is ervan overtuigd dat ze hun fortuin kunnen herstellen als ze er maar in slagen hun oudste dochter Arabella een rijk huwelijk te laten sluiten. Om geld te besparen en de aandacht op Arabella te vestigen, hebben ze hun jongste dochter Zdenka als een jongen opgevoed, en noemen haar dan ook Zdenko.
EERSTE BEDRIJF
Het is Vastenavond. Adelaide raadpleegt een waarzegster. Zdenka moet de deur openen en de schuldeisers wegsturen. De waarzegster voorspelt dat graaf Waldner veel geld zal verliezen bij het gokken en dat een vreemdeling Arabella ten huwelijk zal vragen. Ze ziet ook dat er problemen rijzen met een andere dochter. Terwijl Zdenka probeert haar moeders gesprek af te luisteren, komt de jonge officier Matteo aan die wanhopig verliefd is op Arabella. Wanneer Matteo verneemt dat zijn geliefde geen bericht voor hem heeft achtergelaten, dreigt hij met zelfmoord. Zdenka wanhoopt zelf en denkt dat ze haar liefde voor Matteo nooit zal kunnen uiten. In de hoop hem in haar nabijheid te houden, en omdat ze haar zus gelukkig wil maken, schrijft ze hem al een tijdje hartstochtelijke brieven, die ze met Arabella’s naam ondertekent. Volgens haar verdient geen enkele andere man haar schitterende, maar moeilijk tevreden te stellen zus. Zdenko belooft aan Matteo dat hij die avond op het bal een brief van Arabella zal krijgen.
Arabella komt terug van een wandeling en ontdekt de vele geschenken die haar aanbidders voor haar hebben achtergelaten. Ze is teleurgesteld wanneer ze vaststelt dat een bepaald boeket van Matteo komt, en niet van de geheimzinnige vreemdeling, die ze eerder in de lobby van het hotel heeft gezien. Zdenka verwijt haar zus dat ze te koel en te wispelturig van aard is. Arabella geeft toe dat haar gevoelens aan veranderingen onderhevig zijn, maar ze is ervan overtuigd dat ze de ware man onmiddellijk zal herkennen van zodra die zich zou aandienen. Graaf Elemer komt Arabella halen voor een tochtje met de slede. De jongedame vraagt zich af of ze zijn huwelijksaanzoek moet aanvaarden. Ze heeft haar ouders namelijk beloofd een rijke echtgenoot te kiezen op het carnavalbal dat die avond zal plaatsvinden. Zdenka kan enkel denken aan wat dat voor Matteo zou betekenen.
De Waldners praten over een brief die Theodor zond aan Mandryka, een rijke oude vriend. Hij had er een portret van Arabella bijgevoegd in de hoop dat deze Mandryka belangstelling voor haar zou opvatten. Adelaide ziet op tegen zo’n oude schoonzoon en denkt dat de hele familie op het platteland bij haar tante Jadwige zou kunnen gaan wonen om aldaar het huishouden te beredderen. Er wordt bezoek aangekondigd: het is Mandryka. Waldner heet zijn bezoeker welkom. De man is veel jonger dan verwacht. Mandryka vertelt dat Waldners oude vriend is gestorven en stelt zichzelf voor als zijn enig overlevend familielid. De brief en Arabella’s portret werden naar hem doorgestuurd. Hij is onmiddellijk verliefd geworden op het jonge meisje en derhalve besloten haar op te zoeken. Maar hij is erg onzeker, omdat hij van het platteland komt, en de brief is nogal gehavend omdat Mandryka hem op zak had toen hij onderweg naar de stad door een beer werd aangevallen. Hij vertelt dat hij een groot bos heeft verkocht en met de opbrengst naar Wenen is gekomen. Wanneer hij ontdekt dat Waldner dringend geld nodig heeft, biedt hij hem een lening aan. Hij vraagt ook of hij Arabella mag ontmoeten. De opgetogen vader belooft daarvoor te zullen zorgen. Waldner is dolgelukkig. Zodra Mandryka weg is, vertrekt de graaf om te gaan gokken met het van Mandryka geleende geld. Hij negeert Zdenka volkomen. Arabella dweept met de geheimzinnige vreemdeling en ziet zonder veel geestdrift een huwelijk met Elemer of een van haar aanbidders tegemoet.
TWEEDE BEDRIJF
Eerste Tafereel
Arabella en Mandryka ontmoeten elkaar op het bal. Het meisje herkent meteen de mysterieuze vreemdeling en beseft dat hij de ware is op wie ze al die tijd heeft gewacht. Mandryka verklaart haar zijn liefde en vertelt haar over het gebruikelijke verlovingsritueel uit zijn dorp: de meisjes halen net voor het slapen gaan een glas water aan de waterput en bieden het hun toekomstige als blijk van kuisheid en trouw aan. Arabella aanvaardt van ganser harte Mandryka’s huwelijksaanzoek. Ze vraagt hem haar de rest van de avond alleen te laten, zodat ze afscheid kan nemen van haar andere aanbidders. Ze geniet duidelijk van het vooruitzicht op haar nieuwe leven.
Fiakermilli, ceremoniemeester en “mascotte” van de koetsiers, kondigt aan dat Arabella uitverkoren is tot koningin van het bal. De Waldners ontvangen Mandryka met open armen. De jonge man laat zijn vreugde de vrije loop en bestelt champagne en bloemen. Arabella neemt formeel afscheid van haar drie bewonderaars: Dominik, Elemer en Lamoral. Ondertussen ziet Mandryka dat Zdenko Matteo een omslag overhandigt, die volgens haar ook de sleutel van Arabella’s slaapkamer bevat. Mandryka is ontzet over de achterdocht die in hem ontstaat, maar hij kan er zich niet van ontdoen. Hij stuurt iemand uit om Arabella te zoeken, maar krijgt de boodschap dat ze al naar bed is gegaan. Mandryka is diep gekwetst en boos om wat hij als Arabella’s bedrog beschouwt. Hij ontsteekt in razernij. Wanneer Arabella’s ouders hem vragen te bedaren, laat hij hen weten dat hij hun dochter van ontrouw verdenkt. Het ouderpaar vertrekt om de waarheid te achterhalen.
Tweede Tafereel
In haar slaapkamer maakt Zdenka zich klaar om Matteo te ontvangen. Ze trekt hiervoor ook een nachtkleed van Arabella aan. De nietsvermoedende officier verschijnt en omhelst Zdenka hartstochtelijk, overtuigd weliswaar dat het Arabella is. Wanneer Matteo even later uit de vertrekken van de Waldners te voorschijn komt, is hij verrast Arabella in de inkomsthal aan te treffen. Ze komt net terug van het bal. Verbijsterd verneemt ze hoe Matteo haar beschuldigt van koelheid.
De Waldners en Mandryka arriveren. Mandryka merkt dat Arabello en Matteo samen zijn en ziet zijn vermoeden meteen bevestigd. Hij maakt een einde aan hun verloving. Arabella tracht alles in het reine te trekken door Matteo te verzoeken publiekelijk te verklaren of hij dezelfde rechten op haar kan doen gelden als haar verloofde. Matteo aarzelt, wat Mandryka’s vermoeden nog versterkt. In werkelijkheid zegt de officier niets, omdat hij inziet dat Arabella de waarheid spreekt, maar niet begrijpt hoe dat eigenlijk mogelijk is. Op het hoogtepunt van de woordenwisseling verschijnt Zdenka, zichtbaar overstuur, nog gehuld in Arabella’s nachtkleed. Ze biecht op dat ze zich heeft voorgedaan als haar zus om bij de man van wie ze houdt te kunnen zijn. Iedereen is nu op de hoogte van haar ware geslacht én van de liefde voor Matteo. Alle argwaan tegenover de officier en Arabella verdwijnen. Maar Arabella is duidelijk teleurgesteld over Mandryka’s gebrek aan vertrouwen, alhoewel hij haar dan weer verrast door Waldner aan te sporen zijn zegen te geven aan het huwelijk tussen Matteo en Zdenka.
Arabella wil verdere discussies uitstellen tot de volgende dag en Mandryka de tijd geven zich te bezinnen over de gebeurtenissen van de voorbije avond. Onzeker over de uitkomst van dat alles, gaat ze naar haar kamer. Mandryka blijft alleen achter door wroeging overmand. Plots komt Arabella terug met een glas water in haar hand. Ze biedt het Mandryka aan als teken van haar liefde en vergiffenis en als symbool van hun verbintenis.
Bron: De Nederlandse Opera
Arabella Renée Fleming
Zdenka Julia Kleiter
Mandryka Morten Frank Larsen
Matteo Johan Weigel
Graf Waldner Alfred Muff
Adelaide Cornelia Kallisch
Fiakermilli Sen Guo
Choir and Orchestra of the Operahaus Zürich o.l.v. Franz Welser-Möst
Regie Götz Friedrich
Decors Gottfried Pilz
Kostuums Isabel Ines Glathar
Licht Jürgen Hoffmann
Videoregie Felix Breisach